passend onderwijs vanzelfsprekend in krimpregio

Basisscholen in Noord- en Noordoost-Groningen werken al zo lang met grote verschillen tussen kinderen dat passend onderwijs voor hen niks nieuws is. Een groot gebied, een klein aantal scholen, relatief weinig leerlingen. De verschillen tussen kinderen in een klas zijn groot. Voor de leerkrachten een gegeven. Niks geks, niks om je druk over te maken. De basisondersteuning is op vrijwel alle scholen in dit deel van Nederland dik op orde. Net als het aanbod voor leerlingen die uitvallen. Tijd nu voor aandacht voor leerlingen die meer in hun mars hebben. De tijd dat hoogbegaafde leerlingen als hulpje van de directeur mochten opereren is gelukkig voorbij.

In Delfzijl heeft basisschool de Zaaier twee afdelingen: de reguliere met 70 leerlingen en de afdeling voor hoogbegaafde kinderen met 77 leerlingen. Directeur Koen van Gerven: ‘We merken dat beide afdelingen elkaar steeds meer gaan versterken. Zo kijken we door de hele school heen meer naar talentontwikkeling. Dus naar wat kinderen wél kunnen in plaats van naar wat ze niet kunnen.’ En: ‘Het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen stelt hoge eisen aan de leerkrachten. De klassen zijn met 22 kinderen vrij groot als je bedenkt dat er met veel hoogbegaafde kinderen wel iets aan de hand is. Sommigen komen hier binnen met de diagnose adhd of pdd-nos. Door onze manier van werken en door ons aanbod verdwijnen veel van de gedragsproblemen of worden niet meer als probleem ervaren. Maar dit vraagt veel van de leerkrachten.’

Basisschool de Regenboog in Bedum kiest voor een wat andere formule. Hoogbegaafde leerlingen zitten in een reguliere klas en gaan een aantal uren per week naar de Plusklas. Leerkracht Anneke Jansma: ‘De kinderen uit groep 6,7 en 8, komen een hele middag naar de Plusklas. Ze werken dan onder meer een uur zelfstandig in het lab, het atelier of de universiteit. Dat is een systeem dat ik zelf bedacht heb. In het lab doen de kinderen proefjes en houden ze zich bezig met natuur- en scheikundige vraagstukken. In het atelier staan de creatieve vakken centraal en in de universiteit zitten de onderzoeksopdrachten en studievaardigheden. Alle kinderen moeten werken in alle drie de hoeken. Achterliggend idee is dat hiermee alle kwaliteiten ontdekt en ontwikkeld worden, maar ook dat kinderen dingen doen die ze moeilijk of minder leuk vinden. Dat laatste is belangrijk voor hoogbegaafde kinderen. Ze moeten leren dat niet alles even gemakkelijk gaat, dat ze soms even moeten doorbijten.’

Jaarverslag 2013 Noorderkwartier →

 

Reageren op dit bericht?

*